Leer wijn proeven in 4 stappen.

Stap 1, het uiterlijk:

Houd je glas aan de steel rechtop en kijk van boven in het glas. Beoordeel de helderheid en de aanwezigheid van eventuele andere factoren zoals koolzuurbelletjes, bezinksel etc. Draai je glas nu iets horizontaal boven een witte ondergrond, bijvoorbeeld een tafellaken of een vel wit papier en kijk daarbij naar het oppervlak voor de kleurintensiteit. Intens robijnrood bij een jonge wijn en steenrood bij oudere wijnen. De buitenrand geeft daarbij ook een indicatie: smal en waterig bij jonge wijnen en nadrukkelijker en iets gekleurder bij oudere wijnen. Laat je echter door de kleur nog niet van je stuk brengen. Houd je glas nu weer rechtop en ruik nu eerst eens aan de wijn voordat je verder gaat.

– Wals – de wijn even rustig in het glas. Kijk nu naar de “benen” in het glas ook wel tranen geheten. Hoe langzamer zij zich gedragen hoe meer viscositeit (stroperigheid) de wijn bevat in de vorm van glyserol. Glyserol is een alcoholsoort met een zoete smaak en geeft viscositeit aan de wijn. Het sneller verdwijnen geeft aan dat de wijn minder of geen glyserol heeft en er in verhouding meer andere alcoholen (ethanol, pentanol, butanol, propanol) aanwezig zijn.

Stap 2, de geur:

Je hebt net al even aan de wijn geroken waarbij je de typische kenmerken van de gebruikte druiven kon waarnemen. Wals de wijn even in het glas en ruik nu weer voor een paar seconden lang in het glas. Je zult nu meer ruiken dan de eerste keer. Door het walsen komen de geurstoffen (esters) vrij uit het oppervlak van de wijn waardoor je neus ze beter kan opnemen. De geur alleen zal nog niet alles zeggen over de wijn, maar geeft al wel een indruk over de mogelijke complexiteit of eenvoud van de wijn. Sommige wijnen kunnen wat gesloten zijn en hebben tijdens de proeverij wat meer tijd nodig om zich te presenteren, andere wijnen hebben een zo overweldigend bouquet (geur) dat je deze al kunt waarnemen tijdens het inschenken. Je kunt op verschillende manieren aan je glas ruiken. Met je neus in het glas of net aan de rand van het glas. Je zult zelf moeten ontdekken welke wijze voor jouw waarneming het beste resultaat geeft. Ook het ruiken aan een leeggedronken glas geeft soms aanvullende informatie.

Stap 3, de smaak:

Neem een kleine slok van de wijn en laat deze door je hele mond rondgaan waardoor je een eerste indruk krijgt. Slik de wijn door of spuug deze uit (net naar believen). Neem nu een iets grotere slok en laat deze door de mond gaan zodat hij alle delen van de tong en de mond heeft beroerd. Om de smaaktonen in de wijn nog nadrukkelijker te ontleden kan je wat lucht naar binnen slurpen, waardoor meer smaak uit de wijn vrijkomt. Het is in het geheel geen probleem dat je hierbij geluid maakt; dat hoort er gewoon bij. Afhankelijk van de structuur van de wijn kan je er ook ook op kauwen, waardoor het contact met je wangen en kaken wordt versterkt. Bij mij versterkt dit het effect van het slurpen.

Stap 4, de afdronk / evaluatie:

Is het proefritueel gedaan, dan komt het moment dat we na het doorslikken of uitspugen gaan ontdekken hoe lang de smaak nog in de mond blijft hangen en welke impressies we daarbij kunnen opdoen. Is het een plezierige lange afdronk dan hebben we doorgaans te maken met een goed in balans zijnde kwaliteitswijn. Is de afdronk kort en dun of helemaal niet aanwezig dan geeft dat natuurlijk te denken want leeftijd is hierbij geen excuus. Ook als een wijn nog jong is, dan nog kan je ontdekken of een wijn potentie heeft en in balans is of nog in balans moet komen. Hoe je de afdronk beleeft, is geheel afhankelijk van je eigen smaak-referentiekader en je ervaring. Nu is het moment aangebroken om samen te discussiëren over wat je over de wijn hebt opgeschreven.

Bron: De wijnhoek.nl

Advertenties

Reacties zijn gesloten.